Bij de Algemene Bijstandwet wordt er gekeken hoeveel je aan vermogen en inkomsten hebt.
Onder dit vermogen en inkomsten wordt verstaan spaartegoeden, overwaarde eigen huis, een erfenis, lijfrente-uitkeringen, geld uit onderverhuur, kostgangers, alimentatie of een afvloeiingsregeling. Alle inkomsten uit eventuele arbeid en uit vermogen worden in mindering gebracht op de te ontvangen uitkering.
Vrijstellingsbedragen
Bovendien wordt het inkomen van de partner meegenomen in de berekening. Indien het vermogen (bezittingen minus schulden) van jou hoger is dan de vrijstelling, moet je dat eerst opeten. De vrijstellingsbedragen bedragen per persoon 5.000 euro (afgerond naar beneden). Deze bedragen worden jaarlijks aangepast.

