Tennis

Tennis is familie van een heleboel andere sporten: squash, badminton, tafeltennis en nog meer.

Tennis is familie van een heleboel andere sporten: squash, badminton, tafeltennis en nog meer.

Al die sporten zijn ontstaan uit het Franse spel 'Jeu de Paume'. Daarbij moesten de spelers met hun blote handen tegen een bal slaan. Jeu de Paume werd voor het eerst in de elfde eeuw gespeeld. In de veertiende eeuw werd het spel door rijke mensen in heel West-Europa gespeeld.

Soorten spel

Tennis speel je één tegen één: dat heet enkelspel, of twee tegen twee: dat heet dubbelspel. Als vier mannen samen tennissen, heet dat een heren-dubbel en vier vrouwen een dames-dubbel. Een man en een vrouw kunnen ook tegen een andere man en vrouw spelen, dat heet een gemengd-dubbel.

Grasbanen

Grasbanen bestaan het langst, maar er zijn er steeds minder van. Je moet het gras namelijk goed verzorgen en dan nog wordt het snel kaal. In Rosmalen is een groot tennispark met grasbanen, maar dat is één van de weinige in Nederland. Ook op Wimbledon tennissen de spelers op gras.

De bal springt het snelst op gras. Het gras mag tijdens het spelen niet nat worden, want dan wordt het te glad. Er bestaan ook kunstgrasbanen. Daar kun je ook in de winter op spelen, als het tenminste niet vriest.

Gravel

Gravel is een ander materiaal voor tennisbanen. Ook gravelbanen hebben veel onderhoud nodig. Het moet gesproeid, geveegd en gerold worden. Gravel wordt gemaakt van gemalen baksteen en is rood-bruin van kleur. Als het vriest of regent, kun je niet op gravel spelen.

Als het hard waait, stuift er gravel in je ogen. Op gravel gaat de bal behoorlijk langzaam. Daardoor hebben tennissers meer tijd om te kijken hoe ze de bal het beste kunnen slaan.

Kunststof

Er zijn ook tennisbanen die gemaakt zijn van beton met kunststof. Die zijn superhard! Daarom worden ze ook 'hardcourt' (hard veld) genoemd. Hier hoeft niet zo veel zorg aan besteed worden. Voor sommige mensen is deze baan te hard. Ze krijgen er pijn van aan hun knieën.

Het spel

Twee of vier spelers slaan met hun racket om de beurt tegen de bal om deze over het net in het vak van de tegenstander te krijgen. Als de tegenstander de bal niet meer terug kan slaan, heb je een punt. De bal moet dan wel minstens één keer binnen de lijnen gestuiterd hebben. Soms duurt het een tijd voordat er een punt gescoord wordt. De spelers blijven de bal naar elkaar overspelen: dat heet een rally.

Afkomstig van: Taptoe