Taal

Je peuter kan nu redelijk goed praten en maakt zinnetjes van drie tot vijf woorden.

Je peuter kan nu redelijk goed praten en maakt zinnetjes van drie tot vijf woorden.

Hij vindt het zelf erg leuk om nieuwe woorden of zinnen uit te proberen. Niet elke zin begint meer met 'Ikke hebbe' of Ikke boos'. In plaats daarvan hoor je misschien: 'Mag ik een koekje?'

Tijdgevoel

 

Je peuter krijgt meer gevoel voor tijd. Hij begrijpt al iets van het verschil tussen gisteren en morgen, al gaat hij er nog wel eens de mist mee in. Over drie dagen wordt dan 'morgen', want dan gaat hij naar oma en dat wil hij zo graag. Hij maakt een begin met het vervoegen van werkwoorden.

Zo vertelt hij:' Ik valde op de grond en heb pijn'. En hij probeert ook iets extra's aan een woord toe te voegen. Hij wil bijvoorbeeld 'veler eten' op zijn bordje. Aan het eind van het derde jaar kun je al 'waarom en hoe dan'-vragen van je peuter verwachten.

 

 

Afkomstig van: Jonge gezinnen