Bepalend voor de groei van de groenten zijn de ligging van de tuin en de grondsoort.
Door de jaren heen leert men steeds beter aanvoelen hoe de bemesting, het tijdstip van zaaien en de verdere verzorging moet zijn om een goede oogst te krijgen. Het weer is elk jaar een verrassing, probeer het zo goed mogelijk te benutten. Ook zijn er vele tuinboeken, voor elk wat wils, maar hier een paar kleine tuintips .
Wisselteelt
Maak elk jaar een tekening, die goed wordt bewaard, want de meeste gewassen kunnen niet weer op hetzelfde stuk worden verbouwd. Ook met verwante soorten uitkijken. Een vruchtwisseling aanhouden van vier jaar, zo lang mogelijk.
Op de tekening aangeven, waar bemest is en waar aardappels en tomaten hebben gestaan. Een aantal gewassen verdragen namelijk geen vers opgebrachte mest, maar groeien uitstekend, als er een jaar eerder is bemest.
Bemesting
Bladgewassen zoals kool, sla, prei, andijvie, spinazie en verder komkommer, augurk, knolselderij, pompoen, courgette houden wel van een beetje mest. Wortelgewassen zoals wortelen, witlof, bieten, schorseneren, radijs, uien liever op grond die het jaar ervoor is bemest.
Bij te arme grond enige goed verteerde mest of kompost geven. Vrucht- en zaadgewassen zoals erwten en bonen, kruiden en bloemen, vragen weinig van de grond. De mest moet goed verteerd zijn. Meerjarige gewassen om de paar jaar fijne kompost geven en indien en anders op een andere plaats zetten of opnieuw zaaien.
Afkomstig van: De Volkstuin


