Volgens de wet heeft iedere werknemer recht op vier weken vakantie per jaar.
Wie vijf dagen per week werkt, heeft dus recht op ten minste (4x5=) 20 vakantiedagen. Wie in deeltijd werkt heeft naar rato recht op vakantiedagen.
Wettelijke minimum
Werk je bijvoorbeeld twee dagen per week, dan heb je recht op (4x2=) 8 vakantiedagen. Een deeltijder hoeft immers ook minder dagen op te nemen om toch een hele week vrij te zijn.
Het wettelijke minimum van vier weken vakantie wordt in de meeste bedrijfstakken in Nederland als erg weinig beschouwd. Vaak is het gebruikelijke aantal tussen de 23 en 25 vakantiedagen per jaar. Als er een CAO geldt, dan is het aantal vakantiedagen daarin vastgelegd.
Opbouw van vakantie
Als werknemer bouw je 'al werkend' vakantiedagen op.
- Voorbeeld: Een werknemer heeft op jaarbasis recht op 24 vakantiedagen. Na 1 maand werken heeft deze werknemer 2 vakantiedagen opgebouwd. Het duurt dan tweeënhalve maand voordat hij of zij een week met vakantie kan.
In de praktijk komt het echter vaak voor dat de vakantiedagen voor het hele jaar aan het begin van het jaar of direct bij indiensttreding worden toegekend. Ga je halverwege het jaar uit dienst, dan moet je je 'niet-opgebouwde' vakantiedagen weer inleveren, of je teveel opgenomen vakantiedagen terugbetalen.
Opbouw bij ziekte
Als je ziek bent, bouw je maar beperkt vakantiedagen op. Je hebt alleen recht op vakantiedagen voor de laatste zes maanden van je ziekte.
- Voorbeeld: Een werknemer is vijf maanden ziek, gaat daarna twee weken aan het werk, en is vervolgens weer drie maanden ziek. Omdat de periode van onderbreking hier korter is dan een maand, tellen de eerste vijf maanden ziekte en de latere drie maanden ziekte als een ziektegeval. Inclusief de onderbreking is deze werknemer in totaal achtenhalve maand ziek. Hij of zij heeft dan geen recht op vakantie-opbouw over de eerste tweeënhalve maand ziekte.
Afkomstig van: Salarisinfostartpagina.nl

